Wat schrijft een mens zoal op zijn blog? Faits-divers allerhande, weetjes en andere aha-erlebnissen die op ’t internet gevonden worden, maar vooral dagdagelijkse beslommeringen en reflecties. Of zo hoort het toch. Het ene al wat vrolijker dan het andere, maar in beide gevallen het soort van informatie die geen hond interesseert. En dat zal uiteraard ook voor mijn blog gelden. Kwaliteit boven kwantiteit zeg ik steevast, en daarom ook dat ik slechts begin te schrijven wanneer het de moeite is, of wanneer ik - in een of andere staat van delirium – meen dat het de moeite zal zijn. Om mijn medemensen mee te delen dat ik mijn trommelvies doorboord heb (eat your heart out piercers!) Om te lachen met mijn gewezen huurder. Om een cartoon te posten. Of om te zeggen dat reizen voor vrouwen en homo’s is. Dat laatste was dan weeral een citaat van Herman Brusselmans, en laat het nu toevallig zijn dat ik net “Een dag in Gent” heb uitgelezen. Een puik boek en een interessant experiment van hogervernoemde schrijver, waarin hij gewoon een dag uit zijn leven beschrijft, en hij logischerwijze een aantal absurde situaties beleeft. Misschien moet ik dat ook eens proberen, dacht ik bij mezelf. U kan dus nu gerust snel wegklikken en vergeten dat u ooit op dit blogartikel bent terechtgekomen. Wie weet valt het wel serieus tegen, en zelf weet ik nu nog niet waar ik ga uitkomen. En neen, het zullen geen 197 pagina’s zijn, noch een poging om “Ulysses” te evenaren. Zelf heb ik dat laatste boek nooit gelezen, omdat het door wufte “interloctuelen” de lucht ingeprezen wordt, terwijl ze het hoogstwaarschijnlijk zelf niet eens uitgelezen hebben. Zeg nu zelf: wie interesseert zich in godesnaam aan 1000 pagina’s tekst over een of andere Dublinse schlemiel, geschreven door een neuroot die meer tijd doorbracht in Zwitserland dan ik zelve in Dublin. En ik ben er dan nog nooit geweest ook. Ik vond het dus meteen een kutboek, toen ik het even vluchtig in handen had. Maar daar ging het dus niet over. Ik ging mijn dag beschrijven, en weet nog niet of de gebeurtenissen chronologisch correct gaan zijn. Misschien maak ik er wel een leuk potje van. U kan dus nog steeds wegklikken. En ik heb nog steeds niets beters te doen vandaag, dus hieronder volgt de eerste zin mijner (echt gebeurde) beschrijving van een lukraak gekozen dag.
IK WERD WAKKER. Niet doordat mijn ogen opengingen, maar omdat ik tot de vaststelling kwam dat ik een dood vogeltje in de mond had. Het grondige tandenpoetsen ten spijt, zorgde het vertier aan de toog van een bekend Mechels café voor deze wrange nasmaak van verschaald bier en (weeral) teveel tabak. Het bier, van de goede heiligen van Westmalle, was er misschien ook nét iets teveel aan, maar dat dacht ik niet toen ik vannacht naar mijne bedstede trok. Het was immers gezellig, en een vrijgezel zoals ik heeft zich niets aan te trekken van kijvende wederhelften, die de mannen vaak tot wanhoop drijven, maar o zo nodig zijn om ze toch maar op het rechte pad te houden. We geven het alleen niet graag toe, maar dit geheel terzijde uiteraard. Ik liet de mede aldus rustig stromen, terwijl de gesprekken balanceerden tussen zin en onzin. Een uitermate geschikte vorm van ontspanning. Althans in mijn perceptie, doch ook in de ogen van vele anderen. Het kan immers geen kwaad, en laat ons eventjes toe om de droefenis van dit bestaan en vooral het werken - in het zweet onzes aanschijns – te vergeten, en te denken dat de rest van ons bestaan zich in de zonneschijn zal afspelen. De kans op dat laatste is uiteraard klein, tenzij we morgen met een supernova geconfronteerd worden. Aldus wordt niet alleen onze dorst, doch ook onze ziel gelaafd.
Ik kan het zeker smaken, daar ook ik niet direct de grootste intellectuele uitdagingen en prikkelingen beleef wanneer ik mijn dagelijkse brood verdien, en zodoende zweef ik reeds jaren op het randje van een burnout. Een gevoel wat ik vreemd genoeg weet te koesteren en mij de nodige input geeft om op een vrolijk-cynische manier door het leven te wandelen. “Meer van dat!” zou ik zo zeggen. Het komt immers allemaal in orde; het is me gisteren nog verteld, en ik word er zeker niet (meer) misantroop van. Integendeel zelfs.
Edoch, daar ging het niet over. Ik werd wakker en had géén koppijn. Een prima begin van de dag! Op de achtergrond speelt de beiaard. Weeral ‘ns iets anders dan de bel van de tram, en de duizenden auto’s die over de kasseien dokkeren aan mijn gewezen voordeur in Antwerpen. Ik word hier eleganter wakker, en dat alleen al spreekt in het voordeel van de goede stede Mechelen. Tien minuten zal ik nodig hebben om mezelf te overtuigen om op te staan. Ondertussen merk ik dat de zon schijnt, en stel ik met vreugde vast dat dit een dag zonder weltschmerz noch zielepijn zal worden. De donkere, lange winter had mij ook weeral dik bij mijn kloten, en het straaltje licht stemt me tevreden, niettegenstaande ik pretendeer een kille noorderling te zijn. Ook ik heb mijn zwakheden.
Een douche. Die douchekop heb ik nog zelf vervangen. En het sifon onder mijn wastafel ook. Wat heb ik veel bijgeleerd de laatste maanden. Ik moet die badkamer eens dringend poetsen. Vandaag heb ik daar geen goesting voor. Ik moet niet werken. De zon schijnt. Ik trek vandaag de stad in. Neen, niet die handdoek. Die is nog niet gewassen en geeft oranje af. Tot zover mijn overpeinzingen onder het warme water. Ik heb een hekel aan overpeinzingen.
Dan volgen de vaste ochtendrituelen: pc opgezet, een tas koffie door de Senseo laten lopen en onderwijl het obligate krabben aan een of ander lichaamsdeel, vergezeld van een aantal geeuwen waar de eerste de beste kameel van zou staan kijken. Mijn mail wordt binnengeladen (ik vind e-post eigenlijk een mooier woord). De koffie verscherpt mijn zinnen, terwijl ik vaststel dat het weeral armoe troef is. Een mailtje van het werk, een aantal meldingen van Smoelenboek en een reclamemailtje van een linkse gazet. Hoe zijn die rode smeerlappen aan mijn adres geraakt? Ik moet eens stoppen met deelnemen aan online wedstrijden. Ik win toch niks, en bovendien komt mijn emailadres dan terecht bij onverlaten en snoodaards zoals deze van linkse gazetten.
Ik drink mijn tweede koffie, en ondertussen is het dan tijd geworden voor mijn eerste sigaret. Niets zo lekker als een Kentje bij de tweede koffie. Je mag immers niet roken op een nuchtere maag, en ik rook sowieso al teveel. Zoveel dat ik echt overweeg om te stoppen, en zelfs gezonder te leven, maar vandaag nog eventjes niet. Ik heb er vandaag nog geen zin in. Zeker wanneer ik vaststel dat ik weeral geen mail heb gekregen van Jodie, Alanis of Gwyneth – waarin ze me een candlelight dinner voorstellen – noch van Kris Peeters of Bart Dewever die me vragen om de speerpunt te zijn van op til zijnde communautaire onderhandelingen. Een candlelight dinner met deze laatste twee heerschappen zie ik ook niet zitten. Tooghangen daarentegen wel, maar “de Wetstraat is gewoonweg nog niet klaar voor mij,” denk ik dan troostend bij mezelf.
Een kommetje cornflakes, steevast Fruit and Fibre, rijkelijk overgoten met yoghurt. Alsof het u een reet interesseert. Ondertussen de kranten op het internet doornemen, gevolgd door een aantal (politieke en aeronautische) fora. En daar ik pas om half elf opstond, loopt het nu tegen de noen, en ga ik me eindelijk aankleden. Neen, ik had wel degelijk een badjas aan.
Het lijkt me een prima idee om eerst boodschappen te doen, in de wetenschap dat het onder de middag op een doordeweekse dag best te pruimen is qua drukte in de supermarkt. Ik kon me niet meer vergissen. Dit was een ordinaire werkdag, dan toch voor de “niet-in-ploegen-werkenden” onder ons, het was géén schoolvakantie noch pedagogische studiedag, en toch stond die supermarkt vol met diegenen die net zoals ik niets beters te doen hadden om nét op dat moment boodschappen te gaan doen.
“Laat ik maar de hoogstnodige spullen kopen en buitenvluchten via de snelkassa,” dacht ik bij mezelf. Maar aan deze kassa bleek er ook al niets “snels” meer te verlopen. Ik heb trouwens het ongeluk om steevast de verkeerde kassa uit te kiezen. Het is ook altijd wat. Meestal is er twijfel over de prijs, en dient er gewacht te worden op een gerant, die het zelf ook niet weet. Ondertussen zwelt de rij aan. Maar mijn grootste ergernis gaat uit naar het klootjesvolk dat nog steeds wil betalen met cashgeld. Afin, “cash”; extreem traag tellen ze het bedrag uit in eurocentjes, die ze zorgvuldig bijeen gespaard hebben en ondertussen kelderen ze – zoals altijd – mijn vrolijke bui. Ik heb al voor minder gehyperventileerd. En het zijn meestal bejaarden of marginalen van dat soort, die hun geld nog steeds in een vuile sok onder de matras verstoppen. Omdat ze geen bankiers vertrouwen. How! Wacht! Daar kunnen ze wel eens gelijk in hebben. Maar onder deze categorie mensen zijn er ook die echt hun best doen om toch te proberen betalen met plastieken geld. Alleen zorgt dat streven ook voor de nodige files aan de kassa. Ze slagen er dan in om 3 keer de verkeerde code in te drukken (die ze nota bene uit een zakboekje aflezen), wegens “niet goed zien met dezen bril” of “te dikke vingers voor al die klein knopkes.”
Maar ditmaal blijkt het vooral een acuut tekort aan caissières te zijn. De zaakvoerder, een omhooggevallen sul met een kop vol gel – staat nerveus te wezen achter zijn balie. Dan grijpt hij de microfoon: “Meneer Peeters! Bijstand kassa!” Die kerel vindt zich heel wat met zijn microfoon. Daar moet je lang voor gestudeerd hebben, want het valt niet mee om dat op zo’n kordate manier in te spreken. En dan nog wel in een microfoon. Twee minuten later is er nog geen spoor van Peeters te bekennen. “Meneer Peeters, BIJ-STAND KASSA!” klinkt het nogmaals en bitsig door de PA.
Ik denk dat Peeters gewoonweg langs het magazijn weggeslopen is, en het op een zuipen heeft gezet in het dichtstbijzijnde stamenee. Dat komt voor in de beste supermarkten. “Mevrouw Verbert, bijstand kassa!” klinkt het bijna wanhopig. Ook op deze oproep komt er binnen de 2 minuten geen gevolg, waarop nogmaals een bijna paniekerige oproep voor Mevrouw Verbert.
Misschien zijn Mevrouw Verbert en Meneer Peeters wel aan het vozen in het magazijn, en hebben ze deze oproep – in hun wilde liefdesspel tussen de blikken sperziebonen - totaal aan zich laten voorbijgaan.
“Dat die klootzak eens zelf achter een kassa kruipt,” denk ik bij mezelf, tot opeens Mevrouw Verbert opduikt. Plots ben ik erg begripsvol. Deze dame kan onmogelijk 50 meter afleggen op 5 minuten, gezien het gewicht dat ze meezeult. Ik vraag me af of ze wel achter de kassa past. Desalniettemin heeft haar flukse ingrijpen ons geen fuck vooruitgeholpen en dien ik het dus uit te zweten aan de “snelkassa”. Bij het verlaten van de supermarkt zie ik dat de omhooggevallen gelkop eindelijk ook achter een kassa gekropen is. Zo hoort het ook. Meneer Peeters is mijn held voor vandaag.
Op een drafje (met mijn auto uiteraard) breng ik de boodschappen naar mijn flat, alwaar ik beslis om een broodje te gaan eten in de stad, gevolgd door wat willekeurig struinen in winkelstraten en aangelanden. Ik heb namelijk een vaag gevoel dat ook ik nog wat spullen kan gebruiken nu de Lente zich eindelijk heeft ontplooid.
Het broodje was klef, doch goedkoop en geeft me tevens een gevuld gevoel. Mission accomplished, niet meer of minder. Ik wandel hier en daar wat winkels binnen, en niettegenstaande ik een biezondere hekel heb aan shoppen (wat had u anders gedacht?), valt het hier goed mee qua drukte en kan ik mezelf toch wat concentreren op mijn besognes. Een paar nieuwe wandelschoenen kan ik wel gebruiken, dus die sportzaak komt net op het goede moment in mijn zicht.
Het is een speciale sportzaak. Er worden spullen verkocht, van goede merken, doch van collecties van vorige jaren. Dat scheelt een flinke slok op de borrel. Maar het kan me uiteraard geen fuck schelen tot welke collectie een schoen of godbetert T-shirt behoort. Alleen het prijs/kwaliteit inferente klootjesvolk maakt zich daar druk in. Mijn keuze is slechts functioneel: Gore-Tex en Wibram zolen. Ik heb er een paar gevonden, maar uiteraard is mijn maat er – weeral – niet bij. Ik zal nog eens langs komen. Courante maten: het is een steeds weerkerende gesel. Op weg naar buiten kom ik een aantal nieuwe Belgen tegen die zich verheugen over de nieuw aangekomen lading trainingspakken. Dat gebeurt tot mijn grote verbazing met drukke gebaren en luide stemmen. Of neen, ik was niet verbaasd, dat doen ze steevast en waar dan ook.
“Dat moeten jullie nog veel aantrekken,” denk ik bij mezelf, “en aldus de clichés nog maar eens bevestigen.” Ze dragen bovendien van die goedkope petjes maar dan een maat te klein, zodat ze potsierlijk de kruin tooien. Alfamannetjes hebben een zwaar leven. Wist u trouwens hoe u de bruid en bruidegom kan herkennen op een bruiloft in Charleroi? Het zijn die twee met het duurste trainingspak aan. Maar dit geheel terzijde, en voor de rest ben ik zoals altijd minzaam én verdraagzaam. Ik verlaat dan ook blijgemutst de winkel, daar ik niets heb moeten kopen en eindelijk huiswaarts kan keren.
Een paar hoofdstukken in een goed boek, alvorens het diner te bereiden. Zo’n zetel van Ikea zit best goed. Mijn knorrende maag die me aanspoort om aardappelen te schillen. Het cordon-bleutje uit de ijskast halen. De PC aanzetten. Weer geen mail van belang. Facebook en MSN zorgen voor een bijkomende aanwezigheid in mijn woonkamer. Op straat zijn de kinderen uit de buurt aan het skateboarden. Het geratel van de wieltjes maakt me haast horendul – zeker wanneer de vensters wijd openstaan - maar ik laat rustig begaan. Stil hoop ik dat één van die ettertjes op zijn smoel valt, want ik heb (nog) geen kinderen en dus mag ik dat denken. Vijf minuten later valt er eentje op zijn smoel. Dat bleiten is nog erger dan het geratel, doch de rust keert weer. Ondertussen valt er – zomaar plots en opeens – een film in mijn mapje “gedownloade bestanden”. Wat een onbeschrijfelijk geluk! Laat ik die maar even op DVD branden terwijl de patatten hun pruttelen lustig voortzetten. En laat dat – tot nu toe prima werkend – shareware programmaatje net nu om centen vragen, wat ik dan, in al mijn goedgelovigheid, ook doe. Eventjes wat verder klooien op mijn PC, de patatten zijn immers nog lang niet klaar.
De patatten zijn aangebrand. Het programma heeft een DVD afgeleverd van bedenkelijke kwaliteit. Weggesmeten geld. Zowel van de patatten als van het programma.
Ik schil een nieuw kastrol, en kom tot de vaststelling dat ik altijd al een prima freeware programma had draaien onder Linux. Mijn leed wordt weeral eens verzacht, en na de lekkere maaltijd ( ik ben een goede kok, behalve als het op patatten aankomt), verheug ik mij op de film die ook weeral best meeviel. Warme choco. National Geographic en Discovery. Een andere nachtraaf die me wat te vertellen heeft via messenger. Een laatste sigaret, en met een boek onder de dekens. Een kwartuurtje later knip ik het licht uit. Dit was weeral een dag om zo snel mogelijk te vergeten. Het zal me geen moeite kosten. Morgen schijnt de zon weer!






duidelijk minder gaan zuipen…
We hebben ‘t samen nochtans goed geoefend
Een dag om zo snel mogelijk weer te vergeten? Moeilijk als je hem hier altijd weer kan komen nalezen.
Dat doe ik dan ook zelden