Laatst vond ik op het internet – geheel toevallig – een verwijzing naar Brackett Field in Californië. Een kleine gemeentelijke luchthaven waar ik toendertijd een opleiding volgde om “meermotorige” toestellen te mogen vliegen. Voor de goede verstaander: alle vliegtuigen met meer dan één koffiemolen of stofzuiger. Ik heb er alleszins een geweldige tijd beleefd! Eerst kwam er een intensieve trainingsweek, met soms tot 5 uur vliegen per dag, maar na het examen was ik dus klaar om een aantal weken in Californië, Nevada en Arizona rond te fladderen. “Hour building” zoals dat heet, en dus voldoende vlieguren verzamelen om je ervaring op te bouwen en later in aanmerking te komen voor een baan als lijnpiloot. Het is haast onbeschrijfelijk welk moois ik vanuit de lucht gezien heb, en de immer schijnende zon heeft daar flink bij geholpen.
Maar er waren ook de uitdagingen. Het bleek niet steeds routinewerk te zijn, want er zijn daar ook het soortement vliegveldjes die net iets meer “fingerspitzengefühl” eisen. Gelegen in bergachtig gebied, baantjes die nogal van de “korte kant” zijn, onvoorspelbare wind in de buurt,… Kortom dat soort van vliegvelden die enkel voor ervaren piloten toegankelijk zijn en een hele uitdaging blijken. En ook ik ging me bewijzen! Zo dacht ik terug aan dat tripje naar Big Bear Lake, een skioord in de San-Bernardino Mountains. Het veld was speciaal in die zin dat het op een hoogte gelegen is van 2000m en aldus is de lucht niet alleen ijl voor mensen maar ook voor vliegtuigmotoren. In het bijzonder zuigermotoren zijn niet echt happy met dat soort van “dunne lucht” en dient het mengsel van brandstof en lucht met de hand bijgeregeld te worden. Nog leuker wordt het wanneer je met een oude “underpowered” koffiemolen rondvliegt. Zo eentje zoals mijn stokoude Piper Seneca I, die wel goedkoop was, maar met bruine plakband aan elkaar hing. Het moest dus allemaal heel precies gebeuren, want je wil nu eenmaal geen motor kwijtraken wanneer je aan het opstijgen bent. Vooral omdat er een meer aan het einde van de baan ligt en nog een ietsje verder een serieuze bergkam opduikt. Dat ging dus effe sport worden.
De landing was dolletjes, en na een uurtje koffie drinken zaten we alweer in de cockpit om de terugvlucht naar Bracket aan te vatten. Naast mij zat een van de kersverse instructeurs van de school. Een ervaren doch slome duikelaar die constant aan het pruimen was. Jawel, pruimtabak dus, en zijn zwarte spuug mikte hij met een fijn straaltje in een leeg blikje cola dat hij steeds met zich meedroeg. Smakelijk. Terwijl Joshua, want zo heette onze slome duikelaar, aan het herkauwen was, deed ondergetekende zijn best om aan de hand van tabellen en ander rekenspul het lucht/brandstofmengsel fijn te regelen. Een beetje nerveus, want dit soort van omstandigheden was ook nieuw voor mij, maar even later waren de motoren tevreden aan het snorren.
“Don’t you forget about the booster pumps will’ya?” zei Joshua.
“Sure Josh” antwoordde ik terwijl ik nog onverstoord bezig was met brandstofregeling, “flight manuals” en andere handleidingen. Joshua kon de schakelaars van de pompen niet zien, omdat ze verscholen waren op een console aan mijn linkerarm. Nu moet u weten dat die boosterpumps nogal belangrijk zijn. Het zijn namelijk electrische brandstofpompen die tijdens opstijgen en landen de normale mechanische brandstofpompen bijstaan. Om dus te vermijden dat een van de motoren zonder “juice” valt. Zeker wanneer Murphy een slechte dag heeft. Maar ondertussen waren we al aan de kop van de startbaan gekomen. Nog steeds was ik bezig met mezelf te verzekeren dat ik de boel fijn geregeld had. Mijn “Before Take off Checklist” deed ik – door al dat geprakkezeer – nogal snel en verstrooid, terwijl ik toch wat gereserveerd keek naar het meer en de bergen aan de andere zijde van de baan. Ik was bijna klaar met mijn checklist toen Josh uit zijn dagdromen werd opgeschrikt door een tweetal vliegtuigen die zich melden om te landen.
“Let’s get out of here, there’s a second one turning final as well” zei Josh, want op die manier waren we snel weg en hoefden we niet te wachten op die twee.
“November 1080 Uniform lining up for departure runway 26” zei ik, terwijl ik op een drafje de laaste checks afwerkte. Dacht ik. En terwijl ik de baan opdraaide en reeds volgas wou geven vroeg Josh nog een laaste keer: “you‘re sure about the boosters? Can’t see’em from here…”
“Don’t worry, I am pilot-in-command; you’re just ballast” zei ik met een grijns – en mijn vers brevet van beroepspiloot in gedachten – terwijl mijn bak niet al te briljant accelereerde. Het was duidelijk te voelen dat we hier op hoogte zaten. Doch al ras verlieten de wielen het asfalt en kroop onze oude bak vermoeid de lucht in. Akelig laag onder ons het meer, en een kleine cessna die breed cirkelend hoogte aan het winnen was.
“After Take off Checklist” vroeg Joshua, in zijn beste “airline” stijl.
Routineus liep ik de checklist af: “Landing gear… up! Boosterpumps…”
En terwijl ik – tastend naar de schakelaars “off” wou zeggen, kromp mijn maag eventjes in elkaar. Ze stonden “off”. Al van op de grond… Murphy had mij die dag niet gezien.






Nee, een motor verliezen bij het opstijgen lijkt me ook redelijk ongezond.
Wat een ongewone lectuur hier allemaal. ‘t Is eens wat anders dan voetbal en een nieuw paar schoenen.
Ik ben dan ook niet de eerste de beste :-p