“Skiën is voor jeanetten” zei ik vroeger wel eens, nadat me gevraagd werd of ik ooit al eens op de latten had gestaan. Jawel, ik geef het grif toe dat het een eerder afgunstige reactie was. Het was er namelijk nooit van gekomen, en had er zelfs nooit over nagedacht. En dat was bij niemand in mijn dorp het geval. Allen hardwerkende kleine zelfstandigen – die bestaan nl. ook – die amper tijd hadden voor vakantie. Het serrebedrijf kon immers niet in de steek gelaten worden! En het gaat hier over de jaren van en na de oliecrisis. Automatisering en computersturing bestonden nog niet, en van interims en andere tijdelijke oppassers van tuin- en landbouwbedrijven had men nog nooit gehoord. Geen tijd voor vakantie dus, en skiën was enkel iets frivools voor de “beter-begoeden” uit de nieuwe verkavelingen. Ons deed het niks; we maakten er het beste van en genoten met de schoolkameraden van de winterpret in een tijd toen het nog sneeuwde. En sneeuwklassen? Nooit van gehoord. Bosklassen, dat wel.
Jaren later verhuisde ik naar het “college”. Eliteschool, en voor mij een compleet andere wereld. In de dorpsschool was iedereen me bekend, en bovendien kwamen we allen uit dezelfde sociale klasse. In het “college” behoorde ik tot een minderheid. Veel van mijn mede-scholieren waren afkomstig uit Brussel en de luxueuze verkavelingen van de Rand. Kapitaalkrachtig volk. Op zijn minst 2 keer verlof per jaar. Twee weken in de zomer, en 1 week skiën in de winter.
“En, ga je ook skiën tijdens de vakantie?” vroeg een van de fils-à-papas op de laatste dag voor het kerstverlof. “Ach man, skiën is voor jeanetten!” Bij mezelf dacht ik dat het…
…toch mooi moest zijn, zo van de bergen suizen, maar klaarblijkelijk niet voor mij weggelegd. Het bleef ook weggelegd . En tijdens de hogere studies werd ik er ook niet meer mee lastig gevallen. Tegen die tijd leek skiën wel een evidentie te zijn voor de meeste van mijn klasgenoten. Ik lag er niet wakker meer van en had er absoluut geen behoefte aan. Tot ik er plotsklaps mee geconfronteerd werd. Toen ik reeds de 28 voorbij was, kwam mijn toenmalige vriendin op de proppen met een spotgoedkope skireis. Zelf had ze al een paar keer geskied op een indoorpiste en kon reeds goed haar gangetje gaan om nu aan het echte werk te beginnen. En ik kon er niet onderuit. Spotgoedkoop, vanwege geregeld door het werk van mijn schoonvader, en mijn schoonouders gingen ook nog eens mee. Damn it! Nu moet ik nog leren skiën ook! Klaarblijkelijk werd mijn aversie voor de skisport veroorzaakt door mijn onderbewuste welke er niet helemaal gerust op was. Dat werd alleen maar bevestigd door die ene sessie die ik meemaakte in een indoor-piste. Begeleid door een kameraad ben ik erin geslaagd van: a) bij stilstand tenminste 1 minuut recht te kunnen blijven staan en b) toch wel 2 meter te “skiën” vooraleer ik weeral in een horizontale positie gedwongen werd met een pijnlijke grimas op mijn bevroren gezicht, die ik ondertussen tot handelsmerk had gemaakt wanneer ook maar het woord “ski” werd uitgesproken.
Disaster! Een week later bevond ik me in de Vogezen. Met knikkende knieën de piste op. De babypiste deed ik op mijn buik. En dat was zeker niet de bedoeling. Maar bij dit soort verhalen is er steeds een reddende engel; een Gabriël en een Moeder Theresa in één persoon. Een collega van schoonpa. 30 jaar op de piste. Toen wist ik voor het eerst wat het begrip “crash-course” inhield. Letterlijk en figuurlijk. Keihard afgebeuld worden – althans in mijn ogen – voor de rest van mijn reisgezellen was de stoere piloot tot triestige sukkelaar verworden. Op het einde van de namiddag was ik de uitputting nabij, maar groot was mijn verwondering, toen ik de volgende dag – met tegenzin – de piste betrad. Het had gewerkt warempel! Mijn skiën leek nog steeds het meest op de capriolen van een negentigjarige, die voor de eerste keer met een looprek te maken krijgt, maar het belangrijkste was dat ik reeds een afstandje glijden kon en bochten kon nemen zonder sneeuw te moeten vreten. Almaar beter dus, en het volgende jaar was ik maar slechts “een halve triestige plant” meer op de piste. Bijleren van de ervaren maten, en vooral doorbijten!
Ondergetekende is nu reeds een aantal jaren verder. Rood is standaard, zwarte pistes zijn plezant. Skiën op één ski. Anderen aanwijzingen geven. De “sukkelaars” vooruithelpen. Ik ben er helemaal verslingerd op! En binnenkort zit ik voor een weekje in Innsbrück; het zal weer gaan stuiven! Of althans de sneeuw toch.
Bij deze dus, voor eens en voor altijd: skiën is NIET voor jeanetten!
Snowboarden daarentegen…






Amuseer u ….en denk aan de druivensuiker
heila heila!!!
@Ktje: jij was erbij hé
Druivesuiker heb ik niet meer nodig; geen druppel zweet laat ik er nog om!
@sascha: zeker als ze lang haar hebben