Ga ik vanmorgen naar de bank. Self-banking weet je wel? En steeds moet ik tot mijn grote ergernis tot de vaststelling komen dat een bepaalde groep mensen ook gebruik heeft leren maken van die leuke terminals. Het kost dan geen geld om een overschrijving te doen! Het leven wordt duurder! En ik kan dat best begrijpen – wanneer je niet met computers en allerhande opgegroeid bent is het knap lastig. Ik heb ‘t ook pas op mijn 19e geleerd.
En die mensen blijken slechts één keer per week te komen. Of is het één keer per half jaar? Dat durf ik wel eens denken wanneer ik het pak overschrijvingen en facturen zie welke ze meesleuren. En dan begint het: blip………………………………….blip………………………………………….blip……………………………………………blip…………… Djuuuuu! Opnieuw! Blip………………………………………blip……………………………….blip………………………..blip……………..
Etc… Waarop ik de dame in kwestie, na 10 minuten, erop attent maak dat er ook een terminal is voor rekeningafschriften, en dat je daarmee ook overschrijvingen kan doen. Ik had immers gewoon snel een paar flappen nodig. “Jamaar meneer, hier voor dezen automaat hebt ge zo’n brede plank die gemakkelijk is om mijn sjakosj op te zetten…” Blip…….blip….. Perpetuum Mobile… Bij deze dus een vraag aan de banken: of ze misschien speciale terminals willen inrichten in hun self-banking filialen. Met een speciale “sjakosj-plank”, een luie zetel, een paraplubak, geblokte gordijntjes rond het scherm en misschien een bakelieten toetsenbord. Kwestie van het vertrouwd te houden. Oh ja, vergeet de Sanseveria niet!
Och ja, eigenlijk vind ik het best knap van deze mensen hoor!
Als ze nu nog maar eens die betaalkaart in de supermarkt wilden gebruiken. U kent dat; een ellenlange rij, en dan zoeken ze de laatste eurocentjes en kortingsbonnetjes bijeen op de meest onmogelijke plaatsen, zodat er absoluut gepast kan worden.
Bij deze dus nog een vraag voor de supermarkten in Antwerpen: of ze een speciale kassa willen inrichten voor gehaaste Overijsenaren. Ik zal u eeuwig dankbaar zijn!






Naar verluidt bestaan er zelfs gehaaste Limburgers
Met een kaart aan de kassa zijn ze soms nog erger -en dat weet ik zelfs hoewel ik maar één keer per week aan die kassa zit -.
(”Wachten tot na de biep? Hoezo, welke biep? Ik hoor niet goed…” / “Ik kan het schermpje niet lezen, mijn bril ligt nog in de auto.” / “Mijn nagels zijn te lang om op die knopkes te drukken.”)
Het is en blijft herkenbaar hé?